Veulenen bij de merrie: signalen herkennen en weten wanneer je moet ingrijpen
De meeste veulens worden 's nachts geboren, en de uitdrijving duurt meestal maar 20 tot 30 minuten. Weet welke signalen de geboorte aankondigen, hoe een normale veulening verloopt en wanneer je meteen de dierenarts belt.
· Faunos
De meeste veuleningen verlopen vlot. Maar als er iets misgaat, telt elke minuut. De uitdrijving duurt bij een merrie normaal maar 20 tot 30 minuten. Duurt ze langer, dan dalen de overlevingskansen van het veulen snel. Ongeveer vier op de vijf veulens worden bovendien 's nachts geboren, op het moment dat er het minst toezicht is.
Wie de signalen kent en weet wat normaal is, kan sneller en rustiger reageren. Hieronder overlopen we de veulening fase per fase.
Waarom toezicht zo lastig is
- De draagtijd varieert sterk. Gemiddeld duurt ze zo'n 340 dagen, maar alles tussen 320 en 370 dagen komt voor. Wachten kan dus weken duren.
- Merries veulenen het liefst 's nachts en in alle rust. Veel fokkers merken dat een merrie de geboorte lijkt uit te stellen zolang er iemand bij de box staat.
- Toezicht ter plaatse kost slaap. In het veulenseizoen betekent dat wekenlang onderbroken nachten.
De laatste weken: de geboorte komt dichterbij
Twee tot vier weken vooraf: de uier begint te vullen.
Dagen vooraf: de bekkenbanden en de spieren rond de staartinplant worden slapper, en de vulva wordt langer en zachter. Vaak verschijnt er een wasachtig propje op de spenen. Dat "harsen" is een nuttig maar onbetrouwbaar signaal: sommige merries harsen al dagen vooraf, andere helemaal niet.
Melk testen: met teststrips meet je het calciumgehalte in de melk. Zolang dat laag is, is een veulening binnen 24 uur onwaarschijnlijk. Stijgt het sterk, dan komt de geboorte dichterbij. De test is vooral betrouwbaar om te voorspellen wanneer het veulenen nog niet zal gebeuren.
Fase 1: de ontsluiting (1 tot 4 uur, soms langer)
De baarmoeder begint samen te trekken en het veulen draait in de juiste positie. Je ziet:
- onrust, ijsberen in de box
- vaak gaan liggen en weer opstaan
- zweten op de flanken en achter de ellebogen
- omkijken naar de buik, staart optillen
- vaak kleine hoeveelheden mest of urine
Dat gedrag lijkt sterk op koliek. Bij maidenmerries (die voor het eerst veulenen) kan deze fase langer duren of een paar keer stilvallen. Fase 1 eindigt wanneer de vliezen breken: er komt een flinke hoeveelheid vocht vrij.
Fase 2: de uitdrijving (20 tot 30 minuten)
Vanaf het breken van de vliezen gaat het snel. Normaal gezien:
- verschijnt binnen ongeveer 5 minuten een witblauwige vruchtzak (het amnion);
- zie je daarin twee voorvoeten, met de zolen naar beneden en de ene voet iets voor de andere;
- volgt daarna de neus, die op de voorbenen ligt;
- wordt het veulen met krachtige persweeën geboren, meestal terwijl de merrie op haar zij ligt.
Bel meteen de dierenarts als:
- er een rode, fluweelachtige zak verschijnt in plaats van de witte vruchtzak. Dat is een red bag: de placenta laat voortijdig los en het veulen krijgt geen zuurstof meer. Open de zak en bel onmiddellijk de dierenarts.
- er binnen 10 à 15 minuten na het breken van de vliezen geen duidelijke vordering is;
- je maar één voet, geen voeten, of een hoofd zonder voorbenen ziet;
- de zolen naar boven wijzen (het veulen ligt mogelijk achterstevoren of op de rug);
- de merrie hevig perst maar er niets verschijnt.
Wacht in die gevallen niet af. Hoe sneller de dierenarts erbij is, hoe groter de kans op een levend veulen.
Fase 3: de nageboorte (binnen 3 uur)
Na de geboorte wordt de placenta uitgedreven. Bewaar ze, zodat de dierenarts kan nakijken of ze volledig is. Is de nageboorte na 3 uur nog niet volledig afgekomen, bel dan de dierenarts. Een achtergebleven nageboorte kan bij merries snel leiden tot baarmoederontsteking en hoefbevangenheid.
Het veulen: de 1-2-3-regel
Een gezond veulen volgt in de regel dit ritme:
- binnen 1 uur staat het veulen;
- binnen 2 uur drinkt het bij de merrie;
- binnen 3 uur is de nageboorte afgekomen.
Let daarnaast op het meconium (de eerste mest): dat komt normaal binnen de eerste 12 uur. Laat na 12 tot 24 uur de IgG-waarde bepalen. Zo weet je of het veulen genoeg antistoffen uit de biest heeft opgenomen.
Praktische tips voor het veulenseizoen
- Breng de merrie vier tot zes weken voor de uitgerekende datum naar de stal waar ze zal veulenen. Zo kan ze antistoffen aanmaken tegen de kiemen die daar aanwezig zijn, en die komen via de biest bij het veulen terecht.
- Zorg voor een ruime, schone box met stro. Strooisel als zaagsel of houtkrullen kan aan het natte veulen en in neus en mond blijven kleven.
- Leg binnen handbereik: het telefoonnummer van de dierenarts, een zaklamp, handdoeken, een staartbandage en ontsmettingsmiddel voor de navel.
- Maak vooraf met je dierenarts afspraken over bereikbaarheid 's nachts.
Toezicht zonder in de stal te slapen
Een camera in de box laat je meekijken zonder de merrie te storen. Dat is belangrijk, want veel merries veulenen net wanneer het stil is. Met een camera met AI wordt het gedrag van de merrie daarnaast continu geregistreerd: hoe vaak ze gaat liggen en opstaat, hoe ze ligt en hoe actief ze is. Je kunt dat later terugkijken, samen met de beelden.
Faunos werkt aan meldingen op basis van die gedragsveranderingen, zodat je niet de hele nacht naar een scherm hoeft te kijken. Een melding is een signaal om te gaan kijken, geen diagnose. Wat je ziet en wat je dierenarts zegt, blijft bepalend.
Wil je weten hoe een camera in jouw stal werkt? Vraag een vrijblijvende demo aan.
Deze tekst is algemene informatie en vervangt geen advies van je dierenarts.