Ontwormen bij paarden: van standaardschema naar doelgericht beleid
Worminfecties blijven een van de grootste gezondheidsrisico's voor paarden. Maar de aanpak is fundamenteel veranderd.
· Faunos
Worminfecties zijn verantwoordelijk voor een breed scala aan gezondheidsproblemen bij paarden: koliek, gewichtsverlies, doffe vacht, diarree en in ernstige gevallen zelfs darmbeschadiging. Toch is de manier waarop we ontwormen de afgelopen jaren fundamenteel veranderd.
Waarom het klassieke schema niet meer werkt
Jarenlang was het standaard om elk paard elke 6-8 weken te ontwormen met een wisselend middel. Die aanpak heeft geleid tot een groot probleem: resistentie. Steeds meer wormpopulaties zijn resistent tegen de beschikbare middelen, vooral tegen fenbendazol en pyrantel.
Als we op dezelfde voet doorgaan, hebben we straks geen effectieve ontwormingsmiddelen meer.
Mestonderzoek: de basis van modern wormbeleid
De moderne aanpak is selectief ontwormen op basis van mestonderzoek (FEC — Fecal Egg Count). Niet elk paard draagt evenveel wormen. Uit onderzoek blijkt dat ongeveer 20% van de paarden verantwoordelijk is voor 80% van de wormbesmetting op een bedrijf.
Door mestonderzoek te doen vóór je ontwormert, kun je paarden met een lage eiuitscheiding ongemoeid laten, alleen behandelen wanneer het nodig is, en de effectiviteit van het gebruikte middel controleren via een nacontrole.
Het seizoenspatroon
Wormbesmettingen volgen een seizoenspatroon. In het voorjaar en de zomer is de besmettingsdruk het hoogst door warmte en vocht op de weide. In het najaar is een behandeling tegen ingekapselde larven (kleine strongylen) vaak aangewezen. In de winter is de besmettingsdruk laag, maar een behandeling tegen lintwormen kan nuttig zijn.
Gedragsveranderingen als vroeg signaal
Paarden met een hoge wormlast vertonen vaak subtiele gedragsveranderingen vóór klinische symptomen zichtbaar worden: verminderde eetlust of juist vraatzucht, gewichtsverlies ondanks voldoende voer, vaker schuren aan staart of achterhand, en veranderingen in mestpatroon.
Faunos detecteert deze subtiele verschuivingen in gedrag en eetpatronen. Gecombineerd met een goed wormbeleid kun je zo sneller inschatten wanneer een mestonderzoek aangewezen is.
Weidemanagement niet vergeten
Naast ontwormen is weidemanagement cruciaal: mest oprapen (minstens 2x per week), weiden roteren, niet te veel paarden per hectare, en jonge paarden apart weiden van oudere.
---
Faunos vervangt geen mestonderzoek, maar helpt je wel om gedragsveranderingen op te pikken die op een wormbesmetting kunnen wijzen. Zo combineer je technologie met goed management.