Voeding voor paarden: van slobber tot krachtvoer

Wat geef je je paard te eten, hoeveel, en wanneer? Een praktisch overzicht van ruwvoer, krachtvoer en slobber — met aandacht voor leeftijdsverschillen.

· Faunos

Voeding voor paarden: van slobber tot krachtvoer

Goede voeding is de basis van elk gezond paard. Toch blijft het voor veel eigenaren een complex onderwerp. Hoeveel hooi heeft mijn paard nodig? Is krachtvoer altijd noodzakelijk? En wat is slobber eigenlijk?

Ruwvoer: het fundament

Ruwvoer — hooi, hooilage of stro — vormt de basis van elk paardenrantsoen. Een paard heeft dagelijks minimaal 1,5 tot 2% van zijn lichaamsgewicht aan ruwvoer nodig. Voor een paard van 550 kg betekent dat 8 tot 11 kg hooi per dag.

Ruwvoer houdt het spijsverteringsstelsel draaiende. Paarden zijn van nature continue eters die 16 tot 18 uur per dag grazen. Lange periodes zonder ruwvoer — meer dan 4 uur — verhogen het risico op maagzweren en gedragsproblemen aanzienlijk.

Krachtvoer: wanneer en hoeveel?

Krachtvoer is pas nodig wanneer ruwvoer en een goede mineralenbalans onvoldoende energie leveren voor het werk dat het paard doet. Een recreatiepaard op goede weide heeft vaak helemaal geen krachtvoer nodig. Sportpaarden, drachtige merries en groeiende veulens hebben wel extra energie nodig. In het kader van een goede vitaminen en mineralen voorziening kan je ruwvoer ook aanvullen met een balancer in plaats van krachtvoer.

Belangrijk: verdeel krachtvoer altijd over meerdere kleine porties per dag. Grote hoeveelheden ineens belasten de dunne darm en kunnen koliek of hoefbevangenheid veroorzaken.

Slobber: meer dan een wintersnack

Slobber is een warme brij van lijnzaad, zemelen en eventueel bietenpulp. Het wordt vaak gezien als verwennerij, maar slobber heeft echte voordelen. Het stimuleert de vochtopname (belangrijk in de winter), ondersteunt de darmwerking door de slijmstoffen uit lijnzaad, en is ideaal voor oudere paarden met gebitsproblemen die moeite hebben met hooi.

Een goede slobber maak je met 100 gram heel lijnzaad per paard, 20 minuten gekookt in ruim water, aangevuld met een handvol zemelen en eventueel wat bietenpulp.

Jonge paarden: groeien kost energie

Veulens krijgen de eerste maanden alle voedingsstoffen via moedermelk. Vanaf 3-4 maanden kun je bijvoeren met speciaal veulenvoer. Na het spenen is een gebalanceerd opfokvoer essentieel — tekorten in deze fase kunnen levenslange gevolgen hebben voor botten en gewrichten.

Pas op met te veel energie bij jonge paarden. Overmatige groei door te rijke voeding is een bekende oorzaak van orthopedische ontwikkelingsstoornissen (OCD).

Oudere paarden: aanpassen aan slijtage

Vanaf 18-20 jaar verandert de voedingsbehoefte. Oudere paarden verteren ruwvoer minder efficiënt door gebitsslijtage en een trager metabolisme. Tekenen dat je de voeding moet aanpassen zijn gewichtsverlies ondanks voldoende voer, langzamer eten of proppen tijdens het eten en een doffe vacht.

Oplossingen zijn onder meer geweekt hooi of hooilage, bietenpulp als ruwvoervervanger, slobber voor extra vocht en vezels, en senior-specifiek krachtvoer met aangepaste eiwitbronnen.

Hoe Faunos helpt bij voedingsproblemen

Veranderingen in eetgedrag zijn vaak het eerste signaal van een onderliggend probleem — of het nu gaat om gebitspijn, maagzweren of koliek. Faunos monitort continu het eetpatroon van elk paard en detecteert afwijkingen zoals langzamer eten, kortere eettijden of het overslaan van maaltijden. Zo kun je ingrijpen vóór het probleem escaleert.

---

Twijfel je over het voedingsschema van jouw paard? Faunos geeft je objectieve data over eetgedrag, zodat je samen met je dierenarts onderbouwde keuzes maakt.

Faunos – AI early warning systeem voor paarden · Vraag meer info of een demo aan